wijzigingen douane 2016 in AGS, DWU en douaneheffingen

invoerrechten opzoeken, HS codes bepalen, classificeren van goederen voor import en export

Trade compliance Nederland US

De wereld van de douane is continue in beweging. Aan de ene kant nemen handelsstromen toe, tegelijkertijd wordt de wereld steeds complexer. Wat zijn voor de exporteur nu de belangrijkste wijzigingen en ontwikkelingen in 2016? We noemen de drie meest opvallende.
1. DWU Op de eerste plaats staat zonder twijfel de invoering van het Douane Wetboek van Unie (DWU) op 1 mei 2016, voorheen beter bekend als het UCC. Deze nieuwe Europese douanewet, waar als sinds 2004 over wordt onderhandeld, moet zorgen voor een modernisering van het douaneproces. De huidige wet is bijvoorbeeld nog geschreven op papieren procedures, terwijl de nieuwe wet uitgaat van uitsluitend elektronische communicatie tussen bedrijfsleven en douane. Een vooruitgang, maar helaas is dat ook een van de weinige. Onder druk van verschillende afdelingen in Europa gaat de wet vooral uit van traditionele controlemiddelen. Momenteel wordt er hard gewerkt door de Nederlandse douane om de wetgeving te implementeren. EVO en Fenedex zijn in verschillende overleggen betrokken om de implementatie zo gunstig mogelijk te laten uitpakken voor bedrijven, met oog voor de wettelijke kaders.
Het DWU wordt gefaseerd ingevoerd tussen 2016 en 2020. Zaken waarvoor grote IT-technische aanpassingen moeten worden gedaan zitten verder in de tijd. Op 1 mei 2016 zal worden aangevangen met de implementatie van de onderdelen: douanewaarde, AEO, bindende inlichtingen en bijzondere regelingen (opslag en veredeling). Douanewaarde: De douanewaarde van de goederen kan op verschillende manier worden vastgesteld. De definitie van de meest gebruikte methode (de transactiewaarde) wordt echter geherformuleerd. De transactiewaarde zal nu worden vastgesteld door de laatste verkoopwaarde direct voordat de goederen het grondgebied van de Unie worden binnengebracht. AEO: De wijzigingen in de AEO-regels vallen mee. Wel wordt AEO nog meer een basisvoorwaarde voor andere douanevereenvoudigingen en -vergunningen dan nu. Ook komen er aanvullende eisen aan praktische beroepservaringen of -kwalificaties. Zo is er minimaal drie jaar praktische beroepservaring of een gekwalificeerde opleiding nodig.
Bindende Inlichtingen: Momenteel is het gebruik van een Bindende Tarief Inlichting (BTI) of Bindende OorsprongsInlichting (BOI) niet verplicht, maar dat verandert. Zodra een bedrijf een BTI of BOI aanvraagt, moet het nummer van de inlichting verplicht worden gemeld in de aangiften. Dit geldt ook voor BTI en BOI die nu al is afgegeven. De geldigheidsduur voor nieuwe BTI en BOI wordt per 1 mei 2016 verlaagd van zes naar drie jaar.
De huidige indeling van douane-entrepots (type A tot en met F) vervalt. In plaats daarvan komen er drie typen publieke entrepots en één type particulier entrepot. Het particuliere entrepot is een mix van het huidige entrepottype C en E. De regelingen actieve veredeling (AV) schorsing, AV-terugbetaling en behandeling onder douanetoezicht worden alle samengevoegd onder één regeling AV. Deze regeling is vergelijkbaar met de huidige regeling AV-schorsing.
Alle huidige douanevergunningen met een einddatum moeten opnieuw worden beoordeeld door de douane voor deze einddatum. Alle douanevergunningen zonder einddatum moeten uiterlijk op 30 april 2019 opnieuw zijn beoordeeld en zijn overgezet. EVO en Fenedex zullen vanaf begin 2016 op meer detailniveau communiceren over de wijzigingen van het DWU, bijvoorbeeld in enkele masterclasses.
2. AGS 3 In 2016 wordt AGS 3 geïmplementeerd. Dit is nodig omdat de huidige software voor uitvoeraangiften (DSU) begin jaren ‘90 is gebouwd en zodoende niet geschikt is voor het toenemende aantal aangiften in Nederland. De implementatie van AGS 3 bestaat uit twee onderdelen, namelijk een update van AGS 2 (invoer) en het beschikbaar maken van de uitvoerfaciliteit. De update van AGS 2 (invoer) vindt plaats in maart en gebeurt ineens. Het beschikbaar maken van de uitvoerfaciliteit (de vervanging van DSU) gaat in fases. Via de douane en de softwareleveranciers worden alle exporteurs, die zelf uitvoeraangiftes doen, benaderd. Ook EVO en Fenedex zullen hier in 2016 nader over communiceren. Indien exporteurs nu grote hoeveelheden uitvoeraangiften doen in DSU, is het verstandig vast voorbereidingen te treffen op de overgang naar AGS 3, bijvoorbeeld door vroegtijdig in contact te treden met de softwareleverancier.

3. Douaneheffingen Turkije In 2013 stelde Turkije voor het eerst ‘extra’ douaneheffingen in op textiel, kleding en schoeisel. In 2015 heeft Turkije ook extra heffingen ingevoerd op: metalen handgereedschap, vloerkleden en tapijten, bepaalde lampen, meubilair (voornamelijk stoelen), stofzuigers en andere elektrische huishoudelijke artikelen, alle soorten lederen tassen en ijzeren en stalen staven en andere producten zoals gaas en spijkers. De extra douanerechten kunnen oplopen tot 50%. Dit zorgt voor een forse beperking van de exportmogelijkheden naar Turkije. De reden achter deze verhoging ligt vooral in de bescherming van de eigen Turkse markt. Verwacht wordt dat Turkije in 2016 nog meer producten aan de lijst zal gaan toevoegen, zoals medische apparatuur. De handel met Turkije wordt hierdoor aanzienlijk bemoeilijkt.

 
Bron: FENEDEX 15-12-2015

Auteur Dennis Heijnen is beleidsadviseur Internationaal Ondernemen EVO en Fenedex.